Articles
All my articles listed below

Een Moeilijke Wereld in Makkelijke Taal
Het geklepper van de brievenbus, het geritsel van de krant, een kopje koffie ernaast, de kruiswoordpuzzel aan het einde – de krant is niet alleen een informateur, het is een ritueel.
Een gebruik dat het leven van mensen inkleurt en hen verbindt met de wereld om hen heen.
Toch zijn er veel meer mensen dan je denkt voor wie dit niet vanzelfsprekend is.
Truus, die de huishoudschool nooit heeft afgemaakt. Fatma met een migratieachtergrond. Je buurjongen met dyslexie, of het G-hockeyteam op het sportveld in de buurt. Ook deze mensen zijn bezorgd over de wereld om hen heen. Ook zij willen meepraten over grenzen, de stijging van het zeeniveau en het duurder worden van boodschappen.
Ik ben hoofdredacteur van vier kranten in makkelijke taal bij Uitgeverij Eenvoudig Communiceren. Ik schrijf mee, coördineer, bedenk wat nieuwswaardig is en zorg dat er uiteindelijk voor iedereen die dat wil een krant op de deurmat valt.
Hieronder kunt u een klein stukje van mijn werk lezen. Waarin ik deze moeilijke wereld in makkelijke taal inkleur, want deze wereld is van iedereen.

Als je niet wilt vallen, moet je blijven liggen’: Humberto Tan over RTL cijfers en familiedrama
,,Ik heb er nog elke dag verdriet van”, zegt Humberto Tan woensdagmiddag tegen een volle collegezaal. De presentator raakt zichtbaar geëmotioneerd als hij openhartig spreekt over zijn verlies en de slangenkuil die Hilversum heet.
Het is al vroeg druk bij het Universiteitsgebouw Lipsius wanneer tientallen mbo-studenten van de opleiding Sport en Bewegen enthousiast het pand vullen. Ze zijn benieuwd naar wat hun favoriete sportpresentator te zeggen heeft. ,,Hopelijk is hij nog voor Telstar”, is de gemene deler van een vriendengroep. Het gesprek nam een andere wending. Eén waar het publiek stil van viel.
Kijkcijfers en kritiek
Het is niet de eerste keer dat de voormalig RTL Late Night presentator Humberto Tan en zijn opvolger Twan Huys samen de val van hun programma onder de loep nemen. ,,Jij was zo genereus om het gesprek met mij aan te gaan toen ik het van jou overnam. Dat vond ik toen heel bijzonder, want dat is niet gebruikelijk in Hilversum”, zegt Huys. Tan benadrukt dat er geen sprake was van ‘strijd’, al blijft hij het oneens met de beslissing om hem te laten gaan. Volgens Tan was Late Night al langere tijd een zinkend schip. ,,Je kan de kajuit wel vervangen met Twan Huys, maar de boot blijft lek.” Hij zag hoe het programma stukje bij beetje werd uitgekleed – een pijnlijke periode, maar wel een die hem veel bracht. Zo leerde zijn voetbalmaat Ruud Gullit hem de sportmentaliteit: accept, adapt, and move-on.
Deze mentaliteit schemert door in Tans blik op het Hilversumse wereldje. Hoewel zijn nieuwe programma RTL Tonight onder een vergrootglas ligt en de kijkcijfers tegenvallen, laat Tan zich niet uit het veld slaan. Zijn lange adem in de tv-wereld heeft een schild gecreëerd. ,,We zijn toch geen hersenchirurgen”, grapt Tan. De media nemen zichzelf te serieus volgens de presentator; critici doen soms ‘net of de Derde Wereldoorlog is uitgebroken’.
,,Je doet het nooit voor iedereen goed – en succes komt zeker niet als je het níét doet”, aldus Tan.
Zwakke plek
Wanneer zijn kinderen hem via het beeldscherm toespreken krijgt Tan het te kwaad. ,,De belangrijkste prijs is voor mij de prijs voor beste papa”, zegt Isa, zijn oudste dochter. Tan veegt langs zijn ogen: zijn zwakke plek is zijn familie. Wanneer hij weer door de mediamangel wordt gehaald is die innerlijke kring hetgeen dat hem overeind houdt – ondanks dat ze nooit naar zijn programma’s kijken. ,,Soms miste ik hem wel bij mijlpalen”, zegt zijn jongste dochter. Tan beaamt; er gaat een golf van emotie door de zaal wanneer hij de studenten recht aankijkt en ze op het hart drukt dat er belangrijkere dingen in het leven zijn dan werk en studie. Zo vertelt Tan dat hij met opgeheven hoofd ontslag had genomen als hij geen vrij had gekregen rondom het overlijden van zijn broer Steve. Een werkgever mag nooit in de weg staan van wat telt.
Ook wanneer Huys hem een fragment uit 1982 toont waarin zijn overleden broer Patrice met charme een optreden geeft, is Tan zeer emotioneel. Zijn broers, zegt hij, hebben hem geleerd zich niet te plooien naar de grillen of smaken van anderen, maar bewust te kiezen voor wat hem werkelijk vreugde brengt. Uit zijn hoofd citeert hij een gedicht dat hem al jaren begeleidt. ,,Niet de mens hier op aard dat voor leed werd gespaard […] Zoek de kracht, de energie om het lot te keren. Morgen gaat het beter, morgen gaat het beter.” Een daverend applaus galmt door de zaal, met daar opnieuw die tranen van Humberto Tan.
Tan maant het publiek stil voor nog één advies aan alle studenten in de zaal. Hij gunt ons geluk. Te veel mensen slepen zich naar hun werk; deze generatie moet iets kiezen waarvoor we gerust ‘om 04:00 opstaan’. Hij vraagt ons in beweging te blijven, op weg naar het optimisme. Zelfs voor Telstar.

Samen met mijn medestudenten en Twan Huys maakte ik College Tour de Podcast. Voor de aflevering met Humberto Tan heb ik redactie gedaan. Dit artikel schreef ik voor het Leidsch Dagblad.

“Katholieke Rusthuizen: De Stille Getuigen van de Huisvrouwenvermoeidheid”
PLEUN VAN DEN BERG, 28-02-2025
“De voorkamer is aan de beurt en alles komt klaar. Ik strijk de gordijnen en de kleedjes. De timmerman begint in de kamer, een reuze bende wordt het! Ik ga naar Gouda, want ik was erg bedrukt. Dr. Joode zegt: veel te zenuwachtig geweest! Ik zal het wat kalmer aan doen. Gerard brengt me thuis en we zoeken bekleding uit. Twee mooie bedspreien geknipt.”- Dagboek Johanna Tielemans, April 1956.
Zwarte, onleesbare inkt versierde de pagina’s van Johanna Tielemans’ dagboek op 20 april 1956. Haar zinnen zijn kort, geen tijd om emoties uit te pakken. Toch schreef ze elke dag voor het grootste gedeelte van haar leven. Haar dagelijkse taken netjes onder elkaar in kleine dagboekjes, die uit de verstopte doos puilen bovenop een stapel stripboeken in de logeerkamer van haar zoon. Sommige pagina’s zijn leeg; nervositeit druipt van degene die wel gevuld zijn. Johanna lijkt een schoolvoorbeeld van de huisvrouwenvermoeidheid die de katholieke zuil zal overnemen. Somatische klachten, nervositeit en onrust sijpelden langzaam door de levens van duizenden katholieke vrouwen. De oplossing vond men in steriele kamers, rijen krakerige bedden en af en toe een verpleegster met een mok warme melk met vellen. Een veelvoorkomend doch onbekend fenomeen dat de boeken inging als “het rusthuis”.
Verkapt in het straatbeeld staan elegante, statige gebouwen, het oudste uit 1948. Wat er gebeurde in deze voormalige rusthuizen bleef lang achter gesloten deuren. De gebouwen en hun verhalen zijn in vergetelheid geraakt, terwijl rusthuizen een belangrijk hoofdstuk vormen in de geschiedenis van de vrouw. Ze schetsen een perfecte illustratie van hoe het patriarchaat zijn tentakels vastgreep in de mentale gezondheidszorg. Johanna werd de tweede vrouw van mr. Tielemans, nadat ze had gereageerd op zijn advertentie in de krant. Haar intrede in deze lappendekenfamilie was moeilijk. Johanna was streng katholiek in een toentertijd verzuilde samenleving, maar haar (stief)kinderen pasten niet in de perfecte katholieke mal waaraan zij zich mat. De schoenen die ze moest vullen sneden in haar voeten. “Mijn moeder wilde een totalitair regime in standhouden”, legt zoon Hans Tielemans uit. “Ze wilde het perfecte katholieke huishouden lijken voor debuitenwereld.” Johanna’s ijzeren greep joeg hem en zijn vrouw naar Arnhem toen hij besloot het contact met zijn moeder te verbreken. Hij en zijn familie betaalden de hoogst mogelijke prijs aan de zogenaamde “huisvrouwenvermoeidheid”.
Johanna was niet de enige die heil zocht in pen en papier; dit artikel gebruikt meerdere dagboeken anoniem. In tientallen dagboeken van vrouwen rond 1960 komt huisvrouwenvermoeidheid aan het licht. De druk van de katholieke kerk om een groot gezin te stichten, nooit Gods woord tegen te spreken en gevoelens niet te uiten viel vele vrouwen zwaar. Huisvrouwenvermoeidheid verspreidde zich als een plaag over de katholieke zuil. Suzanna Jansen noteert in haar boek De Omwenteling dat de term de kranten al bereikte in 1955. De “burn-out” zou pas veel later haar plaats in het woordenboek innemen, maar de symptomen waren hetzelfde: vermoeidheid, eenzaamheid, somatische klachten en overprikkeling door hoge werkdruk en verwachtingen. De Telegraaf schreef in 1955 een simpel advies voor: de huisvrouw moest maar leren haar werk beter te organiseren zodat ze soms iets voor haarzelf kon doen, maar mocht het gezin hieronder gaan lijden, ‘dan moet zij dit opgeven’.

Johanna werd tijdens haar leven twee keer door de huisarts naar een rusthuis gestuurd, nadat ze werd gediagnosticeerd met huisvrouwenvermoeidheid. De naam of plek werd niet genoemd; “Moeder gaat op vakantie”, vertelde ze Hans. “Ik wist nooit echt wat er gaande was. Soms rende ze weg. Mijn vader moest haar dan zoeken.” De tijd ademde stilte volgens Hans, “de vuile was hing je niet buiten te drogen”. Alleen Johanna’s echtgenoot mocht haar komen opzoeken; haar kinderen tastten in het duister. Toen ze terugkwam na haar eerste opname ging het even beter. Toch ontwikkelde ze opnieuw rugpijn en angsten, dus vertrok ze weer, dit keer naar Ursula in Wassenaar.
De stilte die Hans aankaart stamt af van de hechte katholieke gemeenschap. Johanna komt uit de ‘stille generatie’ die met haar ene voet in traditie en haar andere in de moderne emancipatie stond. Na de oorlog klampte de katholieke autoriteit zich vast aan het vooroorlogse idee van verzuiling, bang voor wat er zou gebeuren als kerkgangers lucht zouden krijgen van andere opvattingen. God werd door de kerk gebruikt als een belangrijke schakel om haar aanhangers het zwijgen op te leggen. Klagen was het niet eens zijn met het woord van God en het woord van God luidde dat er een scherpe genderscheiding nodig was. Daar komt bij dat de kerk grote gezinnen wenste. De zuil was afgebakend, de kerk zeer invloedrijk en door de grote gezinnen was er weinig ruimte en tijd om kritisch na te denken.
“Eigenlijk zou ik betrekkelijk gelukkig moeten zijn. Ik heb een goedeman, een paar schatten van honden, een kamerflat, maar het is maarwat je leven noemt. Er is weinig leven aan. Het liefst zwijgen we.” – J.W. E., 1971.
De rusthuizen, gebouwd door de katholieke arbeidersvereniging, waren dan ook ingericht om de vrouw zo snel mogelijk weer mee te laten draaien in het huishouden. Praten over klachten of problemen gebeurde niet. Bidden, rusten en eten zouden voor genoeg herstel moeten zorgen. De Ursula Kliniek, waar Johanna naartoe ging, was een nette plek, steriel en schoon. Tientallen vrouwen, inclusief Johanna, lagen in rijen bedden de tijd weg te denken. Soms mochten haar inwoners voor wat oefeningen naar een sporthal die Hans deed denken aan zijn gymlessen. “Ik denk niet dat die plek tot enige beterschap heeft geleid”, concludeert hij. Ursula was niet bereid om een statement te geven over haar methodes tijdens de epidemie van huisvrouwenvermoeidheid.
Jannet van der Maten, GZ-psychologe, legt uit waarom het concept van deze rusthuizen niet verrassend is. Patiënten die rondlopen met burn-out klachten “hebben veel aan rust”, maar als hun situatie binnen korte tijd niet verbetert, moet de diagnose onder de loep worden genomen. Verder onderzoek werd niet gedaan in 1955. Het is ook daarom dat vele vrouwen meerdere keren zijn opgenomen.
Het probleem van rusthuizen strekt zich uit over de gehele stille generatie. Rie, Johanna’s oudste stiefdochter, werd ook opgenomen. Margriet de Koning, Rie’s jongste dochter, slaat in haar gezellige keuken in Lisse bladzijde voor bladzijde om in Johanna’s dagboeken. Een kop muntthee beslaat haar bril als ze een slok neemt. “Rie verloor haar moeder toen ze vijftien was en groeide op in een huis vol spanningen”. Een paar jaar later baarde Rie een stilgeboren kindje. “Ze mocht er niet eens naar kijken. Het even vasthouden. Ze deden net alsof het niet was gebeurd”, vertelt Margriet. De stilte die rond de problemen in haar huishouden hingen, bracht Rie in dezelfde positie als de vrouw die ze zo haatte: liggend in bed, proberend om de klotsende zenuwen in haar buik te kalmeren, de dagen aftellend, wachtend tot het leven weer beginnen zou.
“Het wordt niet zo’n erg lange brief hoor Chris, want ik ben verschrikkelijk moe. Gek hè, en dat terwijl ik niets uitgevoerd heb! Het is nu half 8 en we hebben het rozenhoedje gebeden + avondgebed en een Maria-liedje gezongen. […] Ik lig met 6 vrouw op een zaaltje. Na het rusten kregen we een beker warme melk met vel, brrr.” – Betsy vanuit rusthuis Sonnehaert, 1963 in De Omwenteling

Margriet valt dezelfde angst om te praten in de rusthuizen op. “Er moet veel ongemak in de lucht hebben
gehangen. Je sprak nergens over. Laat Gods water maar over Gods akker vloeien”. Suzanna Jansen, die
schrijft over haar moeder Betsy, benadrukt diezelfde stilte in het rusthuis Sonnehaert in Zeist. Frustratie sijpelt door haar stem als Jansen vertelt: “Maar één keer per week kwam een huisarts van een dichtbijgelegen dorp om ze een religieus en nutteloos bezoek te brengen, dat was de enige ‘therapie’”.
“Ik wilde zo’n zorgzame vrouw zijn waar de bijbel over spreekt, u weet wel: Een vrouw die vroeg opstaat en laat naar bed gaat om voor man en kinderen te zorgen, die in de zomer al in de weer is om voor de komende winter te zorgen, wier handen nooit stilstaan. Die verdraagzaam is, alles begrijpt, alles vergeeft, die trouw is en beminnelijk. Toen ik me tijdens de huwelijksmis realiseerde wat ik voor een opdracht had aanvaard, was ik gewoon overspannen” – Anonieme brief in ‘Zodoende was de vrouw maar een mens om kinderen mee te krijgen’.
Schuldgevoel lag als een deken over de bedden. De vrouwen in deze rusthuizen lieten hun huishouden achter, de plek die, in de katholieke gemeenschap, hun waarde als vrouw bepaalde. Elke vrouw ging anders met dit schuldgevoel om. Betsy schreef kaartjes en brieven; Johanna bleef vanuit haar bed aan touwtjes trekken. “Elke keer als ik aan jullie denk, moet ik moeite doen om mijn tranen in te houden”, schrijft Betsy na twee weken in Sonnehaert. Johanna maakte een rooster voor de oudste dochters in haar gezin. Elke zondag moest er iemand verplicht thuis de afwas doen.
Het schuldgevoel verergerde door de start van de tweede feministische golf die in andere zuilen al zichtbaar was. Langzaam begonnen de jeugd en de media hen te vertellen dat alles wat zij geloofden dat ‘goed’ was, in twijfel werd getrokken. Ondertussen kwam de pastoor nog steeds aankloppen als je niet snel genoeg zwanger was om “even uit te leggen hoe het ook alweer moest”. Deze tweesplitsing was uniek voor de katholieke zuil en een aanzet tot de huisvrouwenvermoeidheid. De druk om aan een bepaalde vorm van vrouwelijkheid te voldoen, geschetst door het patriarchaat, terwijl er tegelijkertijd een druk heerste rondom emancipatie leeft door in vele generaties. Vrouwen stopten bijvoorbeeld nog steeds met werken na hun trouwdag, lang nadat de handelingsonbekwaamheidwet werd afgeschaft. De katholieke tradities en gewoontes bleven lang plakken, maar langzaam begonnen vrouwen te spelen met andere ideeën dan die de kerk hen voordroeg. Margriet schetst een beeld van Greet, een familievriendin die qua leeftijd tussen Rie en haarzelf zit.
Greets woonkamer was gevuld met een paar van haar vriendinnen. Haar man, Wout, hoorde het gekakel van boven. Ze had een avondje vrouwencabaret georganiseerd, waarin ze de genderscheiding parodieerde. Wout was naar zijn kamer gestuurd. Het lachen deed hem ongemakkelijk voelen; ze maakten hem belachelijk! Mopperend accepteerde hij Greets theater clubje, maar alleen omdat ze hem keer op keer geruststelde dat hun sketches gedramatiseerd waren en een speelse variant van de realiteit.
Johanna, Rie, Betsy en Greet hebben het patriarchaat in zijn volle kracht ervaren. De meeste rusthuizen hebben rond 1990 een andere bestemming gekregen en nu de regenboogvlaggen wapperen in de weerspiegeling van de Hofvijver, zou je denken dat deze disbalans is gerectificeerd. Het tegenovergestelde blijkt waar. Margriet, 68 jaar oud, heeft haar hele leven gekampt met hormonale migraine-aanvallen, maar ze kwam niet achter de oorzaak tot de overgang. Haar 21-jarige kleindochter, Pleun, werd van het kastje naar de muur gestuurd met wat endometriose bleek te zijn. “We moeten niet opgeven schat”, zegt Margriet, terwijl ze zacht in mijn hand knijpt.
Melk met vellen drinken, plat liggen, je mond dicht houden; dit waren de oplossingen voor de huisvrouwenvermoeidheid in de Nederlandse rusthuizen. Ze hadden hun pijlen gericht op het versterken van het bestaande patriarchaat en de kerkelijke autoriteit. Het enige doel: vrouwen zo snel mogelijk terugkrijgen naar hun plek achter het aanrechtblad, waar ondertussen niets was veranderd, het was gewoon zes weken later. Nu zijn vele van deze rusthuizen monumenten. Bakstenen doordrenkt met onze trotse historie in het opsluiten van vrouwen, bang voor wat er zou gebeuren als we hen serieus zouden nemen. In naam van Johanna, Rie en Betsy, laten we de stille generatie een stem geven.
